SHARE   

Bier, daar zit wat in!

Door: Ronald Opsomer

Bier is een belangrijke bron van calorieën. Maar wat zit er nog meer in? Is het zo dat bier een bijdrage kan leveren aan een gezond voedingspatroon? Omdat bier voor een groot deel dezelfde basisingrediënten bevat als brood is het logisch om daar een vergelijking mee te maken. In dit stuk beschrijf ik mijn zoektocht naar een simpel antwoord.

 

Laten we eerst maar eens kijken naar de voedingswaarde van bier. Een zoekopdracht in onze vriend Google levert een interessant resultaat op. Op de website van Het Kennisinstituut Bier, een instituut dat overigens door de bierindustrie zelf bekostigd wordt, staat een vergelijking tussen een standaard glas bier (dus 5% alcohol en 250 milliliter) en een boterham met kaas (1). Het leek mij niet zo’n ingewikkelde zoekopdracht, maar gelijk op deze eerste site raak ik dus van de weg. Wat is er aan de hand? De kop van het artikel op deze website luidt: “Staat een glas bier qua calorieën gelijk aan twee bruine boterhammen met kaas?” Heel essentieel: ik lees twee, u ook? Het biertje komt volgens deze website uit op 110 kcal. Eén boterham met kaas komt volgens dezelfde website uit op 160 kcal. Hoezo twee boterhammen? Eén boterham met kaas heeft dus al meer kilocalorieën dan één biertje. Waarom kom je dan met het getal twee in de kop? Ik krijg hier een raar gevoel bij, het voelt als gegoochel met cijfers. De gedachten ‘klopt dit wel en zijn deze cijfers niet gemanipuleerd’ komen het eerste in mij op. Met het roet van mijn eerder zo schoon gewaande Volkswagen diesel nog vers in de neus is het ook niet zo verwonderlijk dat ik wat argwanend ben bij cijfers die betaald zijn door de industrie. Ik heb mij dus wat meer moeten verdiepen in de voedingswaarden van brood en bier.

 

Bij mijn zoektocht kwam ik allereerst op de site van Het Voedingscentrum (2). Hier is de voedingswaarde van de individuele componenten van een boterham met kaas te vinden en natuurlijk ook van bier. Daaruit bleek dat de cijfers die het Kennisinstituut Bier hanteert wel correct zijn. Het probleem heeft dus waarschijnlijk meer te maken met het basale onderscheid tussen één of twéé boterhammen. Maar goed, ondertussen had ik al zo’n vijftien tabbladen in de browser geopend en die ben ik dus maar even langs gelopen.

 

In een artikel van Singalees(4) wordt ingegaan op de gezondheidsaspecten van bier. Met name de positieve bijdrage van micro-componenten van bier worden hier belicht. Na het lezen van dit artikel zag ik al weer een nieuw segment bij de drogisterij voor me. In het gezondheidsschap zou best wel eens het product ‘bier’ kunnen verschijnen. De verpakking heftig opgesmukt met slogans als: helpt een beroerte voorkomen, goed tegen kanker en helpt de botten sterker te maken. Op de bijsluiter zou alleen staan: niet te gebruiken bij zwangerschap en niet gebruiken bij hoge bloeddruk’. Maar hopelijk gaat dat niet gebeuren want die claims zijn volledig uit het verband gerukt. De micro-componenten komen overigens wel in bier voor, maar hier mag je dus niet zomaar allerlei positieve gezondheidsaspecten mee associëren. Feit blijft wel dat bier relatief veel vitamine B bevat, maar ook alcohol. Dat laatste is dan wel lekker maar niet per se gezond, en dat is dan ook de conclusie van dit mini-onderzoek: Bier is lekker, maar je moet het niet om de positieve gezondheidsaspecten drinken. Verder met mijn tabbladen.

Vervolgens leerde ik wat meer over brood, want dat vergelijken we nu eenmaal vaak met bier. Brood is al heel oud. Vanaf het moment dat de mens, dan wel zijn wat primitievere voorouder, over vuur beschikte werd er vermoedelijk al brood gebakken. Door de eeuwen heen is dat proces nagenoeg gelijk gebleven. Pas in de 20e eeuw, toen het kennisniveau van de processen die aan broodbakken ten grondslag liggen op een hoger pijl kwam, zijn er wezenlijke veranderingen opgetreden. Nu ligt het niet in mijn bedoeling om hier een hele verhandeling te houden over het bakken van brood, maar een paar onderdelen hierin zijn toch wel interessant.

 

In een artikel in de Volkskrant (3) van 5 februari 2014 wordt een uitzending van het programma Keuringsdienst van Waarde behandeld. Deze uitzending gaat over het maken van brood, de daarbij gebruikte hulpstoffen en hun herkomst. Het programma van Keuringsdienst van Waarde laat zien dat er in Nederland eigenlijk geen brood zonder de broodverbeteraar L-cysteïne wordt geproduceerd. Deze stof zorgt voor een andere structuur van het brood. Van de gebruikte L-cysteïne wordt vastgesteld dat deze hoofdzakelijk uit China komt. Met de verborgen camera is bij Chinese productielocaties vervolgens vastgesteld dat deze stof via chemische modificatie hoofdzakelijk uit menselijk haar wordt gewonnen. Eet smakelijk! Die wetenschap geeft de jarenlang gevoerde reclameboodschap “Brood, daar zit wat in” wel weer een hele nieuwe lading.

 

Maar hoe zit dat met bier? Worden daar ook stoffen voor gebruikt die je liever niet op het etiket ziet? Als brouwers weten we allemaal dat we wel bepaalde stofjes gebruiken. De meesten van ons hebben toch wel eens 2-hydroxypropaanzuur gebruikt? Klinkt dat eng? Dan mag je het ook gewoon melkzuur noemen hoor, dan klinkt het opeens een stuk vriendelijker, minder chemisch en minder kil. Maar hoe doen grote brouwerijen dat? Werken die ook met melkzuur of zijn er andere alternatieven. Over het algemeen zullen grote brouwerijen over een goed laboratorium beschikken. Het water behandelen zodat het de juiste pH en de juiste hoeveelheden mineralen bevat is dus wat makkelijker. Wil je wat meer sulfaat in het bier? Dan kies je waarschijnlijk voor zwavelzuur om je water aan te zuren, wil je het chloorgehalte verhogen, dan ben je waarschijnlijk geen pils aan het brouwen maar het veel goedkopere zoutzuur is dan wel een oplossing. Maar ook fosforzuur is natuurlijk mogelijk. Het gebruik van dit soort stoffen zal niet echt tot bezwaar leiden omdat ze wel heel goed in bier passen en voor het grootste gedeelte ook van nature in waterbronnen voorkomen (natuurlijk niet allemaal tegelijk in iedere bron). Dit zijn dus voorbeelden van strikt chemische toevoegingen die niet als bezwaarlijk worden ervaren.

 

Vervolgens kwam ik op een Amerikaanse site (5). Hier maakt een Amerikaanse zich hard om brouwerijen als Anheuser Busch en Miller te verplichten om een volledige ingrediëntendeclaratie op het etiket te zetten. Tot nu toe weigeren deze bedrijven en is deze vrouw een online petitie gestart. Maar waarom zou je geen openheid van zaken geven als je niets te verbergen hebt? Dat vinden mensen verdacht. Dat ruikt naar Volkswagen diesel, of in dit geval naar rotte vis.

Een van de hulpstoffen die wel eens bij de productie van bier worden gebruikt is namelijk vislijm. Heeft dat met vis te maken? Ja, want het wordt geproduceerd van de zwemblaas van de steur of de kabeljauw. Gatsie, hoor ik je nu denken… Hoe werkt het? Aan het troebele bier wordt een stof toegevoegd, bijvoorbeeld vislijm. Deze stof heeft een bepaalde lading die tegengesteld is aan de lading van bijvoorbeeld gist of eiwitten. Hierdoor trekken die stoffen elkaar aan, vormen wat grotere deeltjes en kunnen daardoor makkelijker bezinken. Je scheidt vervolgens het heldere bier van de neerslag. Volgens de Europese wetgeving hoeft dit niet gedeclareerd te worden: het is immers een hulpstof en die komt niet meer in het uiteindelijke product voor. Toch? Of toch wel? Want hoe zorg je er voor dat er nooit (!) een deeltje vislijm in je eindproduct zit. Dat kùn je dus niet garanderen.

 

Hier ontstaat bij mij hetzelfde gevoel als bij het brood met de Chinese L-cysteïne. Bekijk dit namelijk maar eens vanuit ander oogpunt. Stel het volgende voor: je bent strikt ideologisch veganist, je eet dus geen vlees, geen vis, maar je houdt wel van bier. Zou je dan niet willen weten dat er dierlijke producten zijn gebruikt voor het brouwen van jouw bier? Nou ben ik geen veganist, zelfs geen vegetariër, maar ook ik zou het willen weten. Ik wil ook weten of er komkommers, bieten of pepers in mijn bier verwerkt zijn alhoewel dat dan weer ingrediënten zijn. Vervolgens beslis ik zelf wel of ik het wil drinken. Want zo werkt dat met vrije drinkers, en daar reken ik mezelf toe, die beslissen zelf. Ik vind dus dat de bierindustrie, dus ook de speciaalbierbrouwers, openheid van zaken moet geven. Wat gebruik je, wat zit er in. ‘Bier, daar zit wat in’ mag wat mij betreft geen vraag zijn, maar enkel een positieve uitlating van een enthousiaste drinker!

 

Op uw gezondheid!

Tags: blog

Laatste artikelen

Verslag bijeenkomst oktober 2018 »
Verslag hoppluk Hogenelst »
Verslag bijeenkomst september 2018 »
Verslag bijeenkomst juni 2018 »
Recept Brouwdag 2018 – witbier/weizen »
alle artikelen